Inloggen

Zoek een werflocatie



Zoek opnieuw

Werflocatie id: 483 Lengtegraad: 51.904518
Gemeente: Rotterdam (Delfshaven/Schoonderloo) Breedtegraad: 4.456686
Opgericht: 00-00-1856 Liquidatie: 00-00-1899
Eerste vermelding: 00-00-1856 Laatste vermelding: 00-00-1899
Actief: Nee
Werfnamen
Namen Opgericht Einde Bedrijfsvorm Opmerking
D. Christie & Zoon 01-07-1856 29-12-1864 x
Christie & Nolet 29-12-1864 04-02-1870 x
Christie, Nolet & de Kuyper 04-02-1870 01-11-1879 x
Société Anonyme des Fondries et Constructions Navales de la Meuse 00-00-1880 00-00-1880 x
"Maatschappij De Maas" scheepsbouw- en werktuigenfabriek 30-10-1880 06-12-1881 x
Maatschappij "Schoonderloo" scheepsbouw- en werktuigfabriek 06-12-1881 28-03-1883 x
"Maatschappij De Maas" scheepsbouw- en werktuigenfabriek 28-03-1883 00-00-1899 x
Fabriek 'De Maas' Machinerie en Scheepsbouw 00-00-1902 00-00-0000 x
Geschiedenis werflocatie

De scheepswerf en machinefabriek Christie (in diverse naamvermeldingen) was gevestigd te Schoonderloo in de toenmalige gemeente Delfshaven, ter plekke van de huidige Lloydkade te Rotterdam. Delfshaven ressorteert sinds 14 januari 1886 onder de gemeente Rotterdam. 

1856 (1 juli): Oprichting van de firma D. Christie & Zoon door Duncan Christie , fabrikant van stoomwerken en voorheen werkzaam voor de Nederlandsche Stoombootmaatschappij (Fijenoord), en zijn zoon David Christie. De firma wordt omschreven als een 'Fabriek ter vervaardiging en herstelling van alle soorten van Stoom- en andere Werktuigen, als ook van Stoomschepen'. De vennootschap werd aangegaan voor een periode van vijf jaar. bronnen: H.P. van den Aardweg e.a.; Een halve eeuw 'Droogdok' 1902-1952. (Rotterdam, 1952) en J. van Sluijs; Nederlandse scheepsbouwmeesters en scheepswerven , 1800-1930, nr.34 en 35; '50 jaren Rotterdamsche Droogdok Maatschappij', in 'Schip en Werf', jrg 19, nr. 2, p.22)

1857: Op de werf Christie is het stoomschip 'Prins van Oranje' gebouwd voor de Zaanlandsche Stoomreederij voor de dienst tussen Amsterdam en Zaandam.  (bron: J. van Sluijs; Nederlandse scheepsbouwmeesters en scheepswerven, 1800-1930), nr. 35) 

1859 (31 mei): Tewaterlating van het stoomraderjacht Stad Sneek voor de dienst Lemmer - Amsterdam van de Lemster-stoombootrederij.

1861 (4 januari): David Christie treedt uit de firma, die onder de naam D. Christie & Zoon door Duncan Christie blijvend wordt voortgezet.

1864 (29 december): Oprichting door Duncan Christie, fabrikant te Rotterdam, Arnoldus Nolet, ijzergieter te Schiedam, en George Christie, particulier te Rotterdam, van de firma Christie & Nolet, met als doel 'de uitoefening van de Fabriekszaken tot het vervaardigen en herstellen van Ijzeren Stoomvaartuigen en Machines, met alles wat geacht kan worden daarmede in verband te staan', voor de periode van vijf jaar en zes maanden per 1 januari 1865. (bron: J. van Sluijs; Nederlandse scheepsbouwmeesters en scheepswerven, 1800-1930), nr. 34 en 35)

1867: Gebouwd op de werf van Christie en Nolet een stoomschip voor Russische rekening 'Massandra'. (bronnen: J. van Sluijs; Nederlandse scheepsbouwmeesters en scheepswerven, 1800-1930), nr. 34 en 35 en Sweys' Neerlands vloot en rederijen, 1867)

1868 (22 januari): Werving per advertentie van 'bekwame bankwerkers'.

1868 (10 maart): Intekening voor loodsboten voor het Belgische Gouvernement die niet aan de werf gegund werden.

1869 (30 oktober): Rapport van een provinciale commissie met betrekking tot het plan met betrekking tot het dempen van de Kous en het doorgraven van de Ruigeplaat, waartegen door inwoners van Delfshaven en omliggende bedrijven bezwaar is gemaakt, waaronder de scheepswerf.

1870 (29 januari): Duncan Christie, George Christie en Arnoldus Nolet ontbinden de firma Christie & Nolet. Nolet krijgt toestemming om de firma voort te zetten en de naam Christie te blijven voeren. De eigendommen (gebouwen , machines, gereedschap, recht van opstal voor B1054, 2169, 2170, 2171 en 2172, tekeningen etc (fl.70.000,-) en contant geld (fl.140.000,-) tezamen fl.210.000,- worden in gelijke drie delen toebedeeld. Nolet ontvangt daartoe de gebouwen etc. en de heren Christie de contanten. Duncan Christie en George Christie vertrekken uit Nederland naar Londen. (bron: J. van Sluijs; Nederlandse scheepsbouwmeesters en scheepswerven, 1800-1930), nr. 35)

1870 (4 februari): Arnoldus Nolet en Franciscus Antonius Phillipus Cornelis Hubertus de Kuyper gaan voor vijf jaar en vijf maanden een vennootschap aan, dan bekend onder de naam Christie, Nolet & de Kuyper, bestemd voor 'de uitoefening van de fabriekzaken tot het vervaardigen en het herstellen van ijzeren stoomvaartuigen en machines'. Het kapitaal van de firma wordt vastgesteld op fl.140.000,-. Nolet brengt de gebouwen, machines, recht van opstal (B1954, 2169-2172) etc in. (bron: J. van Sluijs; Nederlandse scheepsbouwmeesters en scheepswerven, 1800-1930), nr. 34 en 35)

1870 (8 februari): De vennoten Arnoldus Nolet en Franciscus Antonius Philippus Cornelis de Kuyper erkennen dat hun scheepswerf schuldig is aan Maria Catharina Blankenheym, weduwe van Cornelis Franciscus Antonius de Kuyper de somma van fl.50.000,-. Die de firma van laatstgenoemde had geleend.

1872 (24 juli): Staking van 87 ketelmakers, waarbij de boekhouder mishandeld is. Het overige personeel staakt niet mee.

1872 (31 oktober): per advertentie worden gevraagd 'bekwame ketelmakers en zandvormers … tegen hoog loon dadelijk vast werk'.

1873: Levering van dubbele stoommachines voor de schroefstoomboot 'Drachenfels' gebouwd door de firma J.Otto en Zonen te Krimpen aan den Lek.

1875 (9 oktober): de werf ontvangt van het ministerie van Marine opdracht tot de bouw van twee stoomkannonneerboten.

1875 (1 november): oplevering voor de op de rijkswerf te Amsterdam gebouwde stoomkannonneerboot Havik van de stoommachines.

1875 (27 december): Als commanditaire vennoot treedt René Jean Baptiste Constant Casse te Antwerpen tot de firma toe.

1875 (29 december): oplevering van de ijzeren kannonneerboot Zr.Ms. Sperwer met de in de fabriek gebouwde compound stoommachines (dubbele schroefstoomketels).

1876 (10 februari): oplevering van de ijzeren kannonneerboot Zr.Ms. Bever.

1876 (5 april): indienststelling van de stoomkanonneerboot Gier. De stoommachines voor hety op de Rijkswerf te Amsterdam gebouwde stoomkanonneerboot Dog zijn ook door de firma gebouwd.

1876 (8 april): in aanbouw zijn voor de Belgische Staat twee stoomketels met schoorstenen voor een van de mailstoomschepen tussen Ostende en Dover en een radersleepstoomboot met de stoomwerktuigen ten behoeve van de Belgische Marine.

1876 (15 juli): Tewaterlating van een ijzeren schroefstoomschip bestemd voor het vervoer van passagiers en goederen op de rede van Samarang.

1876 (24 juli): De bij de werf Christie, Nolet en de Kuyper gebouwde stoomkannonneerboot Sperwer is in het Marinedok (Amsterdam) gearriveerd.

1876 (11 augustus): De op de werf gebouwde stoomkannonneerboten Fret, Das, Bever en Sperwer zijn opgeleverd.

1876 (10 september): De werf krijgt opdracht van de Koninklijke Nederlandsche Marine tot het bouwen van drie stoomkannonneerboten van een groot model bestemd tot het voeren van achterlaadgeschut van 28 centimeter. De schepen zullen heten: Wodan, Thor en Freya.

1876 (11 november): Het op de werf in opdracht van de Marine te bouwen gepantserd riviervaartuig zal Vahalis gaan heten.

1877 (13 februari): Aan de firma wordt door het departement van Koloniën opgedragen twee stoombaggervaartuigen te bouwen, 'ingericht om ieder met een enkel stel emmers te kunnen baggeren tot een diepte van 4.88 metetr onder de waterlijn, minstens 150 ton per uur zand, grind of modder' en twee stoomklepvaartuigen (hopperbarges) groot 600 ton.

1877 (april): Tewaterlating van van Zr.Ms. Stoomkannonneerboot Thor, bestemd tot het voeren van achterlaadgeschut van 28 cm.

1877 (mei): De Minister van Marine verleent de werf opdracht tot het bouwen van drie stoomkannonneerboten, van groot model bestemd tot het voeren van achterlaadgeschut van 28 cm. De schepen zullen heten: Njord, Tyr en Braga.

1877 (11 juni): Tewaterlating van Zr.Ms. Stoomkannonneerboot Freya (?), met getrokken kanon/achterlaadgeschut van 28 cm en met een tweeling-schroefstoommachine (compound).

1877 (oktober): Levering van twee baggermolens ten behoeve van de Bataviasche havenwerken.

1877 (november): De op de werf gebouwde stoomkannonneerboot Wodan is na een reis over de Maas, Noordzee en Noordzeekanaal in Amsterdam gearriveerd. Het schip is uitgerust met een Krupp-achterlaatkanon van 28 cm.

1877 (8 november): Tewaterlating van het stoombaggervaartuig Borneo no. 7 bestemd voor de Bataviasche havenwerken.

1877 (29 november): De op de werf gebouwde stoomkannoonneerboot Freya is gearriveerd in het Marinedok te Amsterdam

1877 (5 december): Op de werf wordt een stoombaggervaartuig bestemd voor de verbetering van de haven van Surabaya gebouwd. Het meet 180 Engelse voet lengte en dito 38 voet breedte en 15 Engelse voeten diepte. Stoommachine met compoundwerking 500 indicateur pk. De vele rijksopdrachten voor de werf hebben voor veel werkgelegenheid gezorgd. Er werken 1.000 arbeiders.

1877 (10 december): opdracht van het Ministerie van Kolonien voor de levering van een stoombaggermolen.

1878 (27 januari): Proefvaart stoombaggervaartuig Sumatra n0. 6 bestemd voor de havenwerken te Tandjong Priok bij Batavia. Het zal op eigen vermogen door het Suezkanaal naar Batavia varen.

1878 (2 februari): In het Yachtclubgebouw te Rotterdam wordt het voor de Wereldtentoonstelling van Parijs af te vaardigen/tonen model van een 'keurig in koper en hout bewerkt model van een der reusachtige stoombaggerschepen bestemd voor den dienst bij den havenaanleg bij Batavia' tentoongesteld.

1878 (7 maart): Tewaterlating van het schroefstoomklepvaartuig (stoomhopperbarge) Japara no. 9, bestemd voor de havenwerken te Batavia. Ook de stoommachines (compound), ketel en toebehoren van 300 pk indicateur pk zijn in de fabriek gemaakt.

1878 (13 april): Tewaterlating van stoomkannonneerboot Zr.Ms. Njord, met een achterlaadkanon van 28 centimeter. De stoommachines (compound van 100 indicateur pk)en ketels met toebehoren zijn op de werf gebouwd.

1878 (april): De minister van Marine geeft de werf opdracht voor de bouw van twee stoomkannonneerboten, groot model en met Krupp achterlaadgeschut van 28 centimeter. De schepen zullen heten: Heimdall en Balder.

1878 (2 mei): Tewaterlating van Zr.Ms. Stoomkannonneerboot Tyr met een Krupp achterlaadkanon van 28 centimeter.

1878 (6 mei): Tewaterlating van het schroefstoomklepvaartuig (stoomhopperbarge) 'Rembang No.10' bestemd voor de havenwerken in Batavia. De stoommachines zijn gebouwd volgens het compound-principe., met een ketek van 360 indicateur pk. De machines zijn ook in de fabriek vervaardigd.

1878 (9 mei): Het Departement van Marine heeft de Koninklijke Fabriek van Stoom- en andere Werktuigen te Amsterdam en de firma Christie, Nolet en De Kuyper te Delfshaven opdracht gegeven voor de levering van twee stoomkannonneerboten.

1878 (18 mei): Tewaterlating van Zr. Ms. Stoomkannonneerboot groot kodel 'Braga' met een achterlaadkanon van Krupp groot 28 centimeter.

1878 (26 juni): de scheepsbouwers Arie Smit te Slikkerveer en Christie, Nolet en De Kuyper kunnen niet op tijd hun bouwopdracht voor de havenwerken te Batavia opleveren en riskeren daardoor een hoge boete, die volgens een ingediend wetsvoorstel in de Tweede Kamer echter in aanmekring komt voor gedeeltelijke kwijtschelding.

1878 (26 augustus): Het Belgisch Gouvernement verleent de firma opdracht tot het vervaardigen van een stel stoomketels van 220 pk nominaal ten dienste van de mailstoomboot 'Marie Henriette', voor de dienst tussen Ostende en Dover.

1878 (16 september): per advertentie wordt gevraagd naar 'bekwame ketelmakers (klinkers)' en 'tegen hoog loon'.

1878 (24 september): Aanvulling door de Tweede Kamer van de nota van wijzigingen over het ontwerp 'tot kwijtschelding van eenige den lande aankomende vorderingen' waarbij aan de firma kwijtschelding wordt verleend negen/tiende van de boete, opgelegd na het niet tijdig leveren van twee stoombaggervaartuigen voor de havenwerken te Batavia.

1878 (14 november): Tewaterlating van Zr.Ms. Stoomkannonneerboot groot model 'Heimdall' met een achterlaadkanon van 28 centimeter geleverd door de firma Krupp. De in de fabriek vervaardigde stoommachines zijn compound machines van 100 indicateur pk's.

1878 (19 november): In de pers wordt melding gemaakt van het feit dat de stoombaggervaartuigen die door Christie geleverd zijn maar hangende een boeteprocedure nog niet betaald zijn, bij de havenwerken bij Batavia/Tandjong Priok zonder problemen functioneren terwijl de door de Schotse firma Wingate & Co. die wel betaald zijn slecht presteren.

1878 (23 november, of kort ervoor): De Tweede Kamer keurt twee wetsvoorstellen betreffende de kwijtschelding van enige vorderingen ten laste van de firma Christie, Nolet en De Kuyper te Delfshaven en de firma Arie Amit te Slikkerveer, goed met 55 tegen 8 stemmen.

1878 (30 november): Tewaterlating van een groot stoombaggervaartuig (steamhopperdredger) bestemd voor de verbetering van de haven van Surabaya.

1878 (30 december): De Staat scheldt 9/10 e van een boete kwijt, aan de werf opgelegd in verband met de te late oplevering van twee stoombaggervaartuigen. En twee stoomklepvaartuigen ten dienste van de havenwerken bij Batavia (Tandjong Priok).

1878 (15 december): Tewaterlating van de stoomkannonneerboot Zr.Ms. 'Balder' met een achterlaatkanon van 28 centimeter van Krupp. In de fabriek zijn ook de stoomwerktuigen, compoundmachine van 100 indicateur pk en stoomketels vervaardigd.

1879 (8 januari) De laatste van de drie op de werf gebouwde stoomkannonneerboten voor het Departement van Marine, Zr.Ms. Braga, zal buitenom (over de Noordzee) naar de Rijkswerf in Amsterdam worden overgebracht.

1879 (19 februari) De stoombaggervaartuigen 'Borneo' en 'Sumatra', op de werf van Nolet gebouwd, functioneren naar genoegen bij de havenwerkzaamheden van Batavia, in tegenstelling tot die welke door de firma Wingate en Co. zijn geleverd.

1879 (11 maart): Brand in de ijzergieterij. De vlammen sloegen door het dak van de werkplaats, maar de brand kon door de nachtportiers worden geblust.

1879 (30 maart) Kiellegging van een loodsgaljootschip voor rekening van het Belgische Gouvernement. Het wordt gebouwd van teak- en eikenhout.

1879 (1 april): Kiellegging van het ijzeren stoombaggervaartuig 'Merak no.3' voor rekening van het Departement van Koloniën ten behoeve van de Bataviasche havenwerken te Tandjong Priok. Ook de stoomwerktuigen (320 indicateur pk voor enkele schroef), stoomketels met toebehoren, raderwerk, kranen, stoomlieren met zelfwerkende hulpstoommachine, baggertoestellen en complete inventaris worden ook in de fabriek vervaardigd. Betimmering van teakhout.

1879 (11 april): Het Departement van Koloniën heeft de firma de bouw van twee stoombarkassen opgedragen.

1879 (6 juni): Voltooiing van de bouw van de Kralingsche Zwem- en Badinrichting waartoe Christie, Nolet & de Kuyper de ijzeren bakken hebben geleverd.

1879 (30 juni): R.J.B.C. Casse te Antwerpen treedt statutair en na uitkering als commanditair vennoot uit de firma.

1879 (juli): Tijdens de 'Tentoonstelling te Arnhem' presenteert de firma Christie, Nolet & de Kuyper 'modellen van stoombaggervaartuigen en teekeningen van schepen'.

1879 (19 juli): Op de Rijkswerf te Amsterdam is de stoomkannonneerboot 'Heimdall' aangekomen, gebouwd op de werf van Chritie, Nolte en De Kuyper.

1879 (20 augustus): Tewaterlating van de houten loods goëlet (marinevaartuig) 'Bateau Pilot no.5' voor rekening van het Belgische Gouvernement.

1879 (14 oktober) Tewaterlating van het ijzeren stoombaggervaartuig 'Merak No. 3' gebouwd voor het Departement van Koloniën en bestemd voor de Bataviasche havenwerken. De compound stoommachine van 400 indicateur pk, de baggertoestellen en de uitrustingen zijn ook in de fabriek gebouwd.

1879 (18 oktober) Ingenieur A.J.V. Giesberger, werkzaam bij Christie, Noelt en De Kuyper is door de Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indië aangesteld als ingenieur tweede klasse van het stoomween bij de fabriek voor de marine en het stoomwezen te Soerabaya.

1879 (1 november): Franciscus Antonius Phillipus Cornelis Hubertus de Kuyper en Arnoldus Nolet laten de firma Christie, Nolet & de Kuyper ontbinden, die tijdelijk wordt aangehouden om lopende zaken af te handelen ('in liquidatie'). De eigendommen, waarin zij beiden voor de helft gerechtigd zijn, worden verdeeld: gebouwen, gereedschappen, modellen, grondstoffen, koopmansgoederen, schuldvorderingen (met specificaties en taxatie in de notariele acte), tezamen waardi fl.1.398.550,-. Nolet ontvangt de gebouwen, machines, gereedschappen, tekeningen en het recht van opstal en De Kuyper de rest en ter compensatie van het tekort in zijn deel het aanvullende bedrag in contanten van Nolet.  (bron: J. van Sluijs; Nederlandse scheepsbouwmeesters en scheepswerven, 1800-1930), nr. 35)

1879 (27 november): oprichting van de naamloze vennootschap Société anonyme des fonderies et constructions navales de la Meuse (onderhandse acte gepasseerd te Parijs) door Arnoldus Nolet met als doel 'de voortzetting der fabriekzaken tot het vervaardigen en herstellen van ijzeren stoomvaartuigen en machines' te Schoonderloo, gemeente Delfshaven. A. Nolet is administrateur-directeur. Aandeelhouders (4.000 stuks) zijn: Nolet (3.000), Josephus Paulus Cornelis Hubertus de Kuyper (30), Gustave Lacoeur (100), Henri Murisier (50), Louis Murisier (30), Paul Perret (50), Auguste Firmin (50), Fabien Jourdes (20), Johannes Adrianus Hubertus Hamer (50), Johannes Everto (50), Alexis Antoine Emile Marie Serruys (20), Franciscus Antonius Philippus Cornelis Hubertus de Kuyper (300), Joannes Remigius Petrus Cornelis Hubertus de Kuyper (100), Petrus Cornelis Hubertus de Kuyper (50), Artus Francois Hippolyte comte de Pina de St.Diolier (20) en Antoinette Maria Nolet (80). Batig te verdelen saldo bedraagt fl. 557.794,-

1879 (3 december): De Belgische regering bestelt bij de firma zeven locomotieven na openbare inschrijving.

1879 (17 december): De Stoomvaart Maatschappij Zeeland te Vlissingen geeft opdracht voor de bouw van de mailstoomboot 'Stad Middelburg' met vier grote stoomketels van 400 nominale pk en met veiligheidstoestellen, een donkey stoomketel, twee oppervlakte condersors met centrifugaal-circulatiepomp met afzonderlijk stoomwerktuig etc.

1879: Gebouwd op de werf van Christie en Nolet een stoomschip het schip 'Albert'. (bronnen: J. van Sluijs; Nederlandse scheepsbouwmeesters en scheepswerven, 1800-1930), nr. 34 en 35 en Sweys' Neerlands vloot en rederijen, 1879)

1880 (16 maart): gebrek aan ijzer, niet aan werk, was de reden van ontslag voor ca. 120 werklieden.

1880 (29 april): Bij de Tweede Kamer is het voorstel binnengekomen 1/3 van de boete wegens te late levering van een stoombaggermolen (ad fl.6.750,-) kwijt te schelden.

1880 (2 mei): advertentie waarin 'bekwame ketelmakers' in vaste dienst worden gevraagd.

1880 (24 juni): Ontbinding van de Société anonyme des fonderies et constructions navales de la Meuse.

1880 (2 augustus): Kwijtschelding van Staatswege van een derde gedeelte van een aan de firma in liquidatie opgelegde boete, voor het bedrag van fl.6.750,-, vanwege te late levering van een stoombaggermolen met laadruimte en toebehoren volgens contract d.d. 10 december 1877.

1880 (7 augustus): Kiellegging van twee ijzeren tweemastschoeners, 'Andries' en 'Henrique', voor rekening van de Nieuwe Afrikaansche Handelsvennootschap te Rotterdam.

1880 (8 augustus): Herdenking van het 25-jarig bestaan van de firma 'De Maas' (voorheen Christie, Nolet en De Kuyper), in 1856 door D. Christie opgericht.

1880 (15 oktober): Arnoldus Nolet verwerft de eigendom van het onroerend goed op de in erfpacht van de gemeente gehouden terreinen van de scheepswerf, bestaande uit een 'fabriek tot het vervaardigen en herstellen van ijzeren stoomvaartuigen en machines met al de daartoe behoorende gebouwen, machinerien en vaste gereedschappen'.

1880 (30 oktober): '"Maatschappij De Maas" scheepsbouw- en werktuigenfabriek' als NV opgericht door de heren Arnoldus Nolet, Joannes Remigius Petrus Cornelis Hubertus de Kuyper, Cornelis Anton Eduard van Lede en Carel Eduard Havelaar als voortzetting van de werf Christie, Nolet & De Kuijper. Doel van de Naamloze Vennootschap is 'het uitoefenen van het bedrijf van grofsmeden, scheepsbouwmeesters en machinefabrikanten'. Het maatschappelijk kapitaal bedraagt 680.000 gulden (500 preferente aandelen (van 1.000 gulden) in serie A en 180 van 1.000 gulden in serie B). Nolet is grootste aandeelhouder (220 serie A en 180 serie B). Overige aandeelhouders: J.R.P.C.H. de Kuyper (20 aandelen serie A), Van Lede (12 aandelen serie A), Havelaar (1 aandeel serie A), Maria Catharina Blankenheym, weduwe C.F.A. de Kuyper, (80 aandelen serie A), Gerardus Arnoldus Blankenheym (15 aandelen serie A), Carolus Marie Cornelis Hubertus de Kuyper (20 aandelen serie A), Alexis Antoine Emile Marie Serruys (7 aandelen serie A) en Josephus Paulus Cornelius Hubertus de Kuyper (3 aandelen serie A). De niet uitgegeven aandelen (122 van serie A) dienen binnen drie jaar uitgegeven te worden. Nolet brengt het onroerend goed van de bestaande werf in als kapitaal. De terreinen (kadastraal B1954, 2170, 2475, 2476, 2477, 2478 en 3277, groot 1 hectare 45 aren) worden in erfpacht van de Gemeente gehouden. De fabriek heeft een of meer directeuren, benoemd door de commissarissen (als eerste benoemd door de aandeelhouders: J.R.P.C.H. de Kuyper, C.A.E. van Lede en C.E. Havelaar). (bron: J. van Sluijs; Nederlandse scheepsbouwmeesters en scheepswerven, 1800-1930), nr. 34 en 35) 

1881 (april): De laatste twintig nog aanwezige smeden hebben de werf vanwege slapte in het bedrijf verlaten, in de fabriek 'waar eenmaal honderden voor zich en hun gezin het brood verdienden'.

1881 (6 december): Aandeelhouders besluiten tot een naamswijziging in "Maatschappij Schoonderloo" scheepsbouw- en werktuigenfabriek. Bovendien worden nieuwe commissarissen (J. Blok, J.C.H. Heldring en J.J. van Rietschoten), ingenieur (J. Davidson)en directeur (J.P.J. Lucardie) benoemd. (bron: J. van Sluijs; Nederlandse scheepsbouwmeesters en scheepswerven, 1800-1930), nr. 35) 

1882: Ingenieur Davidson vertrekt uit de directie en zijn plaats wordt ingenomen door David Croll.

1882 (18 maart): Kiellegging van het ijzeren stoomschip Monica voor Engelse rekening (Crofton Shipping Company Hull). Naar verluidt het eerste stoomschip voor Engelse rekening in Nederland gebouwd. Tewaterlating in oktober 1882. Proefvaart in januari (?) 1883.

1883 (14 januari): Tewaterlating van het stoomschip Rutland voor de firma Green Holland & Co. [vreemd genoeg dezelfde melding in kranten maar dan in januari 1884! Rutland, voor Engelse rekening 800 ton]

1883 (28 maart): De commissarissen van de firma 'Schoonderloo' besluiten de oude naam '"Maatschappij De Maas" scheepsbouw- en werktuigenfabriek' weer te gaan voeren. (bron:'50 jaren Rotterdamsche Droogdok Maatschappij', in 'Schip en Werf', jrg 19, nr. 2, p.22)

1883 (20 augustus): Tewaterlating van het stalen schroefstoomschip 'Saturnus' voor de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot-Maatschappij te Amsterdam. (bron: J. van Sluijs; Nederlandse scheepsbouwmeesters en scheepswerven, 1800-1930), nr. 35) 

1889: Tewaterlating op werf De Maas van het s.s. 'Ariel' (bron: J. van Sluijs; Nederlandse scheepsbouwmeesters en scheepswerven, 1800-1930), nr. 35) 

1889: Tewaterlating op werf De Maas van het s.s. 'Hebe' (bron: J. van Sluijs; Nederlandse scheepsbouwmeesters en scheepswerven, 1800-1930), nr. 35) 

1890: Tewaterlating op werf De Maas van het s.s. 'Reinierse' (bron: J. van Sluijs; Nederlandse scheepsbouwmeesters en scheepswerven, 1800-1930), nr. 35) 

1890: Tewaterlating op werf De Maas van het s.s. 'Swaerdecroon' (bron: J. van Sluijs; Nederlandse scheepsbouwmeesters en scheepswerven, 1800-1930), nr. 35) 

1890: Tewaterlating op werf De Maas van het s.s. 'Prins Maurits' (bron: J. van Sluijs; Nederlandse scheepsbouwmeesters en scheepswerven, 1800-1930), nr. 35) 

1890 (1 april): Hevige brand in de werkloods (met boven bergloods) van de fabriek. De loods, waarin gevestigd de smederij, bankwerkerij en ketelmakerij, brandde uit. De modellen, kantoorboeken en tekeningen konden door het werfpersoneel veiliggesteld worden. De gebouwen waren verzekerd.

1892: Tewaterlating op werf De Maas van het s.s. 'Theodora' (bron: J. van Sluijs; Nederlandse scheepsbouwmeesters en scheepswerven, 1800-1930), nr. 35) 

1899: De gemeente  Rotterdam ziet af van verlenging van de pacht van het terrein aan de Westzeedijk. De werfeigenaren liquideren de maatschappij en starten een nieuwe werf op de linker Maasoever onder de naam Rotterdamsche Droogdok Maatschappij (RDM, Werf ID 1410) (bron: '50 jaren Rotterdamsche Droogdok Maatschappij', in 'Schip en Werf', jrg 19, nr. 2, p.22)

1899 (14 februari): Voor fl.44.000,- wordt 4,5 hectare grond op de linker Maasoever, locatie Heyplaat, aangekocht ten behoeve van de vestiging van de werf. (bron: '50 jaren Rotterdamsche Droogdok Maatschappij', in 'Schip en Werf', jrg 19, nr. 2, p.22)

1901: De eigendommen van de Maatschappij De Maas gaan over op de Stichting Rotterdamsche Droogdok Maatschappij. (bron: J. van Sluijs; Nederlandse scheepsbouwmeesters en scheepswerven, 1800-1930, nr. 35)

1902: Vermelding in het Adresboek Rotterdam van de Fabriek 'De Maas' Machinerie en Scheepsbouw, met J.P.J. Lucardie en W.E. van Gelder als directeuren. Adres: Westzeedijk 494.



 

Werf relaties
Naam Voornaam Relatie van Relatie tot Tot heden Relatie type Opmerking
Nolet Arnoldus 0000-00-00 0000-00-00 Nee Eigenaar scheepswerf Eigenaar scheepswerf; fabrikant; ijzergieter; administrateur-directeur; directeur
Rotterdamsche Droogdok Maatschappij 0000-00-00 0000-00-00 Nee Opvolger
Giesberger A.J.V. 0000-00-00 1879-10-18 Nee Ingenieur
Christie David 1856-07-01 1861-01-04 Nee Eigenaar scheepswerf oprichter; Eigenaar scheepswerf
Christie Duncan 1856-07-01 1870-02-04 Nee Eigenaar scheepswerf oprichter; Eigenaar scheepswerf; draaier; machinist; fabrikant; directeur
Zaanlandsche Stoomreederij 1857-00-00 1857-00-00 Nee Opdrachtgever
Lemster stoombootreederij 1859-06-01 0000-00-00 Nee Opdrachtgever
Christie George 1864-12-29 1870-02-04 Nee Eigenaar scheepswerf
Rijkée & Co. 1866-00-00 1866-00-00 Nee Scheepswerf
Departement van Binnenlandse Zaken 1866-00-00 1866-00-00 Nee Opdrachtgever
Prins Woronzow 1866-00-00 1866-00-00 Nee Opdrachtgever
Belgische Staat (Gouvernement) 1868-00-00 1868-00-00 Nee Opdrachtgever
Geldersche Stoomsleepreederij Arnhem 1868-00-00 1868-00-00 Nee Opdrachtgever
Haven van Ostende 1869-00-00 1869-00-00 Nee Opdrachtgever
Kuyper, de Franciscus Antonius Philippus Cornelis Hubertus 1870-02-04 1880-06-24 Nee Eigenaar scheepswerf Eigenaar scheepswerf; fabrikan; aandeelhouder
Provinciale Staten van Zeeland 1872-00-00 1872-00-00 Nee Opdrachtgever
Departement van Marine 1874-00-00 1875-00-00 Nee Opdrachtgever
Rijkswerf Amsterdam 1875-11-01 0000-00-00 Nee Opdrachtgever
Casse René Jean Baptiste Constant 1875-12-27 1879-06-30 Nee Vennoot commanditair vennoot
Krupp 1878-00-00 0000-00-00 Nee Leverancier
Afrikaansche Handelsvereeniging te Rotterdam 1878-10-16 0000-00-00 Nee Opdrachtgever
Kuyper-Blankenheym, de Maria Catharina 1879-02-08 0000-00-00 Nee Aandeelhouder
Kuyper, de Cornelis Franscus Antonius 1879-02-08 0000-00-00 Nee Financier
Serruys Alexis Antoine Emile Marie 1879-06-24 1880-10-30 Nee Aandeelhouder
Nolet Antoinette Maria 1879-11-27 1880-06-24 Nee Aandeelhouder
Lacoeur Gustave 1879-11-27 1880-06-24 Nee Aandeelhouder aandeelhouder; directeur verzekeringsmaatschappij
Murisier Henri 1879-11-27 1880-06-24 Nee Aandeelhouder aandeelhouder; bankier
Murisier Louis 1879-11-27 1880-06-24 Nee Aandeelhouder aandeelhouder; bankier
Perret Paul 1879-11-27 1880-06-24 Nee Aandeelhouder aandeelhouder; bankier
Everto Johannes 1879-11-27 1880-06-24 Nee Aandeelhouder aandeelhouder; wijnhandelaar
Firmin Dubarraeu Auguste 1879-11-27 1880-06-24 Nee Aandeelhouder aandeelhouder; ingenieur
Jourdes Fabien 1879-11-27 1880-06-24 Nee Aandeelhouder aandeelhouder; ingenieur
Hamer Johannes Adrianus Hubertus 1879-11-27 1880-06-24 Nee Agent van buitenlandse huizen agent van buitenlandse huizen
comte de Pina de St.Diolier Artus Francois Hippolyte 1879-11-27 1880-06-24 Nee Aandeelhouder aandeelhouder; consul-generaal
Kuyper, de Petrus Cornelis Hubertus 1879-11-27 1880-06-24 Nee Aandeelhouder aandeelhouder; schilder
Kuyper, de Joannes Remigius Petrus Cornelis Hubertus 1879-11-27 1880-10-30 Nee Aandeelhouder oprichter; aandeelhouder; commissaris; distillateur
Kuyper, de Josephus Paulus Cornelius Hubertus 1879-11-27 1880-10-30 Nee Aandeelhouder
Stoomvaart Maatschappij Zeeland 1879-12-17 0000-00-00 Nee Opdrachtgever
Huijgens 1880-00-00 0000-00-00 Nee Eigenaar scheepswerf
Gelder, van W.E. 1880-00-00 1902-00-00 Nee Eigenaar scheepswerf
Lede, van Cornelis Anton Eduard 1880-10-30 0000-00-00 Nee Aandeelhouder oprichter; aandeelhouder; commissaris; distillateur
Havelaar Carel Eduard 1880-10-30 0000-00-00 Nee Aandeelhouder oprichter; aandeelhouder; commisaris; advocaat
Kuyper Carolus Marie Cornelis Hubertus 1880-10-30 0000-00-00 Nee Aandeelhouder
Haslinghuis Jac. 1880-11-15 1881-12-06 Nee Directeur
Bok J. 1881-12-06 0000-00-00 Nee Commissaris
Heldring J.C.H. 1881-12-06 0000-00-00 Nee Commissaris
Rietschoten, van J.J. 1881-12-06 0000-00-00 Nee Commissaris
Davidson J. 1881-12-06 1882-00-00 Nee Hoofdingenieur
Maatschappij "Schoonderloo" scheepsbouw- en werktuigfabriek 1881-12-06 1883-03-28 Nee Eigenaar scheepswerf
Lucardie J.P.J. 1881-12-06 1902-00-00 Nee Directeur

directeur van de scheepswerf 'Maatschappij De Maas; directeur Zeevaartschool; zee-officier

Croll David 1882-00-00 0000-00-00 Nee Hoofdingenieur
Crofton Shipping Company te Hull 1882-03-18 0000-00-00 Nee Opdrachtgever
Firma Green Holland & Co 1883-01-14 0000-00-00 Nee Opdrachtgever
Maatschappij De Maas 1883-03-28 1899-00-00 Nee Eigenaar scheepswerf
Koninklijke Nederlandsche Stoomboot-Maatschappij te Amsterdam 1883-08-20 0000-00-00 Nee Opdrachtgever
Scheepsbouw
Categorie Scheepstype/Object
Bagger hopperbarge
stoombaggervaartuig
stoomhopperdredger
stoomklepvaartuig
Divers stoomketel
ijzeren bakken voor de Kralingse zweminrichting
stoommachine
stoomketel (tubelaire)
Marine stoombarkas
radersleepstoomboot
stoomkanonneerboot
Pleziervaart stoomjacht
dubbelschroefjacht
Rijn- en binnenvaart schroefstoomboot (ijzeren)
raderstoomsleepboot
stoomraderjacht
Zeevaart stoomschip (ijzeren)
loodskotter
zeeschroefstoomschip
tweemastschoener
Collecties
Instelling Onderwerp Omschrijving
Maritiem Museum Rotterdam Scheepsmodel-vol

volmodel van de hopperbarge Japara (1877). inventarisnummer M41.

 

Bronnen
Datum Titel Opmerking
0000-00-00 Nederlandse scheepsbouwmeesters en scheepswerven 1800-1930
0000-00-00 Sweys’ Neerlands vloot en rederijen
0000-00-00 Sweys’ Neerlands vloot en rederijen
0000-00-00 L.A.F. Barjesteh van Waalwijk van Doorn en C.E.G. ten Houte de Lange; Honderd Schiedamse families van 1795 tot 1940 (Gronsveld/Rotterdam 2010)
0000-00-00 https://nl.wikipedia.org/wiki/Damen_Shipyards_Group
0000-00-00 Adresboek Rotterdam 1902
0000-00-00 H.P. van den Aardweg e.a.; 1902-1952 Een Halve Eeuw "Droogdok"(Rotterdam 1952)
0000-00-00 Stadsarchief Rotterdam, Archieven van de Notarissen, inventarisnummer 314-1175 acte 39 (29 januari 1870)
0000-00-00 Stadsarchief Rotterdam, Archieven van de Notarissen, inventarisnummer 314-1175 acte 47 (4 februari 1870)
0000-00-00 Stadsarchief Rotterdam, Archieven van de Notarissen, inventarisnummer 314-1175 acte 48 (8 februari 1870)
0000-00-00 Stadsarchief Rotterdam, Archieven van de Notarissen, inventarisnummer 314-1190 acte 109 (30 oktober 1880)
0000-00-00 Stadsarchief Rotterdam, Archieven van de Notarissen, inventarisnummer 314-1960 acte 346 (5 november 1879)
0000-00-00 Stadsarchief Rotterdam, Archieven van de Notarissen, inventarisnummer 314-1962 acte 503 (15 oktober 1880)
0000-00-00 Müller, M.; 'De Nederlandse scheepsbouw 1400-heden', in Historische bedrijfsarchieven. Basis-metaal-, metaalproduktenindustrie en scheepsbouw. Een geschiedenis en bronnenoverzicht. (Amsterdam 1992)
1856-07-25 Nederlandsche Staatscourant
1859-06-01 Rotterdamsche Courant
1861-01-06 Nieuwe Rotterdamsche Courant
1861-01-08 Nederlandsche Staatscourant
1865-01-01 Nieuwe Rotterdamsche Courant
1865-01-01 Nederlandsche Staatscourant
1865-01-02 Rotterdamsche Courant
1866-02-20 Rotterdamsche Courant
1866-05-22 Rotterdamsche Courant
1866-08-20 Rotterdamsche Courant
1866-09-10 Nieuwe Rotterdamsche Courant
1866-10-10 Rotterdamsche Courant
1866-10-11 Algemeen Handelsblad
1868-01-22 Nieuwe Rotterdamsche Courant
1868-03-10 Nieuwe Rotterdamsche Courant
1868-07-28 Delftsche Courant
1868-12-13 Nieuwe Rotterdamsche Courant
1869-01-14 Nieuwe Rotterdamsche Courant
1869-04-06 Nieuwe Rotterdamsche Courant
1869-07-22 Nieuwe Rotterdamsche Courant
1869-10-30 Nieuwe Rotterdamsche Courant
1869-12-25 Nieuwe Rotterdamsche Courant
1872-07-24 Algemeen Handelsblad
1872-07-31 De Standaard
1872-08-01 Algemeen Handelsblad
1872-09-25 De Standaard
1872-10-31 Algemeen Handelsblad
1874-05-21 Nieuws van den Dag
1875-08-13 De Tijd
1875-10-09 Algemeen Handelsblad
1875-11-01 Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant
1876-02-10 De Standaard
1876-02-10 De Tijd
1876-02-13 De Standaard
1876-04-05 De Standaard
1876-04-08 De Locomotief
1876-07-17 Algemeen Handelsblad
1876-08-11 De Standaard
1876-09-12 De Tijd
1876-11-11 Curacaosche Courant
1877-04-04 De Tijd
1877-05-07 De Tijd
1877-06-11 Algemeen Handelsblad
1877-10-05 Bataviaasch Handelsblad
1877-11-06 De Standaard
1877-11-15 Bataviaasch Handelsblad
1877-11-29 De Standaard
1878-01-14 Bataviaasch Handelsblad
1878-01-29 De Tijd
1878-03-09 De Tijd
1878-04-16 De Tijd
1878-04-29 Algemeen Handelsblad
1878-05-04 De Tijd
1878-05-07 Sumatraansche Courant
1878-05-09 De Tijd
1878-05-21 De Tijd
1878-06-26 Algemeen Handelsblad
1878-08-28 De Standaard
1878-09-16 Nieuws van den Dag
1878-09-24 Rotterdamsch Nieuwsblad
1878-10-16 Algemeen Handelsblad
1878-10-17 Algemeen Handelsblad
1878-11-14 Algemeen Handelsblad
1878-11-19 Nieuws van den Dag
1878-11-23 Nederlandsche Staatscourant
1878-12-01 Nieuws van den Dag
1878-12-03 De Tijd
1878-12-16 Algemeen Handelsblad
1879-01-10 Rotterdamsche Courant
1879-01-13 Nederlandsche Staatscourant
1879-02-25 Nieuws van den Dag
1879-03-12 Rotterdamsch Nieuwsblad
1879-03-30 Rotterdamsche Courant
1879-04-01 Rotterdamsche Courant
1879-04-11 Rotterdamsche Courant
1879-05-09 Algemeen Handelsblad
1879-07-07 Arnhemsche Courant
1879-07-19 De Standaard
1879-08-20 Algemeen Handelsblad
1879-08-25 De Tijd
1879-10-15 Rotterdamsche Courant
1879-10-21 Nederlandsche Staatscourant
1879-12-03 Nieuws van den Dag
1879-12-17 Rotterdamsche Courant
1880-01-01 Nederlandsche Staatscourant
1880-02-11 Rotterdamsch Nieuwsblad
1880-03-01 http://www.topotijdreis.nl
1880-03-09 De Maasbode
1880-03-16 De Maasbode
1880-04-30 Algemeen Handelsblad
1880-05-02 Algemeen Handelsblad
1880-08-08 De Maasbode
1880-08-11 Nederlandsche Staatscourant
1880-08-11 Nederlandsche Staatscourant
1880-09-10 Java-bode
1880-12-29 Nederlandsche Staatscourant
1881-04-14 Algemeen Handelsblad
1882-03-18 De Standaard
1882-10-06 Nieuws van den Dag
1883-01-14 Rotterdamsch Nieuwsblad
1883-08-20 Rotterdamsch Nieuwsblad
1883-08-21 De Tijd
1883-08-22 De Standaard
1883-08-23 Nieuwe Veendammer Courant
1883-09-27 De Locomotief
1884-01-15 De Tijd
1887-02-14 Rotterdamsch Nieuwsblad
1889-03-18 Nieuws van den Dag
1890-04-02 De Maasbode
1897-12-25 De Tijd
1899-05-20 Rotterdamsch Nieuwsblad
1928-01-19 Rotterdamsch Nieuwsblad
1952-08-18 50 jaren Rotterdamsche Droogdok Maatchappij, in 'Schip en Werf', jrg.19, nr. 2 (18 januari 1952)
1976-07-24 De Tijd